De directeur-grootaandeelhouder en zijn oudedagsvoorziening bij emigratie naar Belgie (08-09-2005)
Maatregelen die zijn genomen om de pensioenvlucht naar België tegen te gaan
Artikel 19b Wet op de loonbelasting als exitheffing
De eigen BV van de directeur-grootaandeelhouder (dga) is op grond van artikel 19a, lid 1, onderdeel d Wet op de loonbelasting (Wet LB) alleen een fiscaal toegelaten pensioenverzekeraar indien de BV in Nederland is gevestigd. Indien de feitelijke leiding van de BV naar het buitenland wordt verplaatst, wordt op grond van artikel 19b Wet LB de gehele pensioenaanspraak aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking. De Hoge Raad heeft echter bepaald dat de fictie van artikel 19b Wet LB waarbij herkwalificatie van de pensioenaanspraak plaatsvindt naar loon uit vroegere dienstbetrekking, strijdig is met het pensioenartikel van het Belastingverdrag Nederland- België 1970.
Artikel 23a Wet op de vennootschapsbelasting als strafheffing
In artikel 23a Wet op de vennootschapsbelasting (Wet Vpb) is een anti-misbruikbepaling opgenomen ter zake van met name lichamen die het pensioen van een directeur-grootaandeelhouder in eigen beheer houden. Indien de pensioenaanspraak op enig moment als gevolg van artikel 19b Wet LB als loon uit vroegere dienstbetrekking wordt gekwalificeerd, is over de waarde van de pensioenaanspraak 52% vennootschapsbelasting verschuldigd. Indien de pensioengerechtigde in Nederland binnenlands belastingplichtig is, zal deze extra heffing niet plaatsvinden. De Hoge Raad heeft in de arresten van 13 mei 2005, nrs 39.613 en 40.192 beslist dat de strijdigheid van artikel 19b Wet LB met het pensioenartikel in het (oude) belastingverdrag met België, tevens dient mee te brengen dat de strafheffing van artikel 23a Wet Vpb niet mag plaatsvinden.
De conserverende aanslag
Door emigratie stopt de binnenlandse belastingplicht. Op het tijdstip van de emigratie wordt de waarde in het economisch verkeer van de in Nederland opgebouwde pensioenaanspraken tot het loon gerekend. Voor het bedrag van de opgebouwde pensioenaanspraken respectievelijk de poliswaarde van de lijfrenteverzekering wordt een conserverende aanslag opgelegd. Is het pensioen na 10 jaar nog in stand gebleven of is het regulier tot uitkering gekomen, dan vervalt de conserverende aanslag. Indien binnen deze 10 jaar het pensioen wordt afgekocht, zal de conserverende aanslag worden geïnd.
Conclusie
Is met de invoering van de bronstaatheffing voor pensioen in het Belastingverdrag Nederland- België 2001 onder bepaalde omstandigheden de indamming van de pensioenemigratie naar België gelukt? Indien de pensioensingangsdatum wordt vervroegd, kunnen de pensioenuitkeringen binnen de wettelijke mogelijkheden dusdanig worden aangepast dat het totaal aan uitkeringsbedragen niet uitkomt boven de grens van 25.000 (één van de voorwaarden voor de bronstaatheffing). Verder is ook een uitruil mogelijk van ouderdomspensioen ten gunste van een partnerpensioen, zodat ook hier beïnvloeding van de hoogte van uitkeringen mogelijk is.
Bron: Mr Erik Marcusse FB, triBuut 4 (08-09-2005)

