Belgische grensarbeid er ontslag (07-06-2006)
Als een in België wonende werknemer die in dienstbetrekking werkt in Nederland bij een Nederlandse werkgever wordt ontslagen heeft dat vele consequenties.
Op zo'n moment komt iemand die in België woont en in Nederland werkt er weer achter dat op het gebied van de fiscale en sociale regelgeving van één Europa nog geen sprake is. Dit artikel gaat over de internationale fiscale aspecten die verbonden zijn aan het ontvangen van een (gouden handdruk)stamrecht bij ontslag. Onlangs is daarover nader beleid verschenen.
Ontslaguitkering
Het loon van een Belgische grensarbeider (iemand die in België woont en in Nederland werkt voor een Nederlandse werkgever) wordt op grond van het Belastingverdrag met België 2001 belast in Nederland. In België geeft hij dit arbeidsinkomen aan, als onderdeel van zijn wereldinkomen. België geeft voor het inkomen een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. Het gevolg daarvan is dat per saldo geen belasting betaald hoeft te worden in België over deze arbeidsinkomsten. Werkt de werknemer deels in België, eventueel voor zijn Nederlandse werkgever, dan is het loon over de in België gewerkte dagen ter heffing aan België toegewezen. Nederland mag dat deel van het loon niet in de (inkomsten)belastingheffing betrekken. Het kan dus voorkomen dat het loon deels wordt belast in België en deels in Nederland.
In de arresten van 11 juni 2004 heeft de Hoge Raad aangegeven hoe ontslaguitkeringen fiscaal behandeld moeten worden. Uitgangspunt is dat ontslaguitkeringen belast zijn in het (werk)land dat ook de reguliere arbeidsinkomsten belast heeft. Als de arbeidsinkomsten in het ontslagjaar en de vier voorafgaande kalenderjaren verdiend en belast zijn in meerdere landen moeten de inkomsten in beginsel evenredig aan deze werklanden worden toegerekend. (1) Ook de belastingheffing over uitkeringen uit een (gouden handdruk)stamrecht sluiten in beginsel hierbij aan. Als de ontslaguitkering of de uitkeringen uit het stamrecht (deels) dienen ter overbrugging tot aan de pensioendatum of dienen ter aanvulling op de opgebouwde pensioenrechten, dan is in afwijking van het genoemde beginsel het pensioenartikel uit het belastingverdrag van toepassing. Dan heeft meestal het woonland, in casu België het heffingsrecht.
Ontslaguitkering
Op 1 januari 2003 is het nieuwe belastingverdrag met België 2001 in werking getreden. Het nieuwe verdrag wijkt nogal af van het oude uit 1970. Voor ontslaguitkeringen in één bedrag heeft dat geen consequenties. Als uitgangspunt heeft het werkland het heffingsrecht. De heffing over ontslaguitkeringen in de vorm van een (gouden handdruk)stamrecht is wel gewijzigd.
Nederland ziet af van de belastingheffing als de stamrechtvrijstelling (2) is toegepast op de ontslaguitkering. België geeft voor een ontslaguitkering een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting en heft feitelijk niet (indien en voorzover) Nederland het werkland was. Echter in het belastingverdrag staat dat België alleen een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting geeft als de ontslaguitkering in Nederland is belast. Door de toepassing van de stamrechtvrijstelling is dat niet het geval. Het gevolg is dat België de aanspraak op het stamrecht wel in de heffing betrekt en dus geen aftrek ter voorkoming van dubbele belasting verleent.
Uitkeringen < € 25.000
Zoals aangegeven is op uitkeringen uit een stamrecht gewoonlijk het arbeids- of het pensioenartikel van toepassing. De bijzonderheid bij het verdrag met België is dat in art. 18 een bepaling is opgenomen over lijfrenten. De meeste stamrechtuitkeringen voldoen aan deze lijfrentedefinitie. De uitkeringen moeten dan een vast bedrag zijn en periodiek op vaste tijdstippen worden betaald. Het verdrag wijst de heffing over lijfrentetermijnen dan als uitgangspunt toe aan het woonland, in casu België. België belast lijfrenten op een forfaitaire basis. Belast wordt 3% van de gestorte premie tegen een tarief van 15%. Er is geen sprake van dubbele heffing. België belast de aanspraak en van de uitkering wordt alleen het fofaitair bepaalde rendement in de heffing betrokken.
Uitkeringen > € 25.000
Echter als:
- Nederland de stamrechtvrijstelling heeft toegepast;
- België de uitkeringen niet volledig of progressief belast; (3) en
- de uitkeringen per jaar (eventueel. samen met andere lijfrentetermijnen of uitkeringen uit een C-polis) hoger zijn dan € 25.000; dan heeft Nederland het heffingsrecht over de uitkeringen uit het stamrecht.
In deze situatie is wel sprake van dubbele heffing. Immers België belast de aanspraak en Nederland belast de uitkeringen. Als de uitkeringen overigens binnen de twee eerste tariefschijven in Nederland vallen, valt de schade mee. Immers het belastingtarief in de eerste twee tariefschijven is tot € 16.046 maar 2,45% en het meerdere tot € 30.631 is belast tegen 9,75%. Is het totaal van de in Nederland te belasten inkomsten hoger dan € 30.631 is het tarief van 42% of mogelijk zelfs 52% van toepassing. Iemand die in België woont en alleen een uitkering geniet uit Nederland zoals een stamrecht, lijfrente of pensioen is verzekerd in België en hoeft dus in Nederland geen premies volksverzekeringen te betalen. De Belgische premies voor de sociale zekerheid zijn doorgaans lager, zeker bij niet te hoge inkomens, dan in Nederland.
Geen dubbele heffing
Het bovenstaande leidt er toe dat Belgische grensarbeiders zeer voorzichtig zijn met het bedingen van een stamrecht bij hun ontslag. Zeker personen met een forse ontslaguitkering, waarbij de hoogte van de stamrechttermijnen groter zou zijn dan € 25.000, kunnen beter niet kiezen voor een stamrecht. Kennelijk vonden de Nederlandse en Belgische autoriteiten dat een niet-gewenste ontwikkeling. Materieel konden Belgische grensarbeiders daarmee geen gebruikmaken van de stamrechtvrijstelling. In het besluit van 1 september 2005 (4) is dan ook een tegemoetkoming geformuleerd om deze dubbele heffing te voorkomen. Van belang is dat voor deze tegemoetkoming een verzoek moet worden gedaan bij de Belgische belastingcontrole van de Belgische belastingadministratie waaronder de belastingplichtige ressorteert. Men is dus niet verplicht een beroep te doen op het besluit.
Als men een beroep doet op het besluit, dan betrekt België de aanspraak op het stamrecht wel in de heffing, maar verleent een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. Feitelijk heft België dan niet. Onderdeel van het beroep op het besluit van 1 september 2005 is wel dat men ermee instemt dat Nederland de stamrechtermijnen belast. Voorzover België de termijnen ook in de heffing betrekt, mag Nederland dit deel van de stamrechttermijnen niet ook belasten. Tijd voor een voorbeeld.
Voorbeeld
- Lieve woont in België en is 50 jaar oud. Ze werkt in Nederland en wordt in 2006 ontslagen. Zij ontvangt een ontslaguitkering van haar Nederlands werkgever van € 150.000. Lieve geniet geen andere inkomsten. Omdat de dienstbetrekking volledig is vervuld in Nederland en Nederland het heffingsrecht heeft over de arbeidsinkomsten, heeft Nederland ook het heffingsrecht over de ontslaguitkering. België betrekt de ontslaguitkering ook in de heffing, maar verleent een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting.
- B Lieve overweegt voor de ontslaguitkering gebruik te maken van de stamrechtvrijstelling. Ze bedingt een stamrecht van acht uitkeringen van € 20.000. Als een beroep wordt gedaan op het besluit van 1 september 2005, dan is de ontslaguitkering in de vorm van een stamrecht onderdeel van het Belgische inkomen, maar België geeft hiervoor een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. Ook Nederland belast de ontslaguitkering in de vorm van het stamrecht niet omdat de stamrechtvrijstelling van toepassing is. België belast op forfaitaire wijze de termijnen. België belast 3% van € 150.000, zijnde € 4500 tegen een tarief van 15%. Nederland belast de termijnen uit het stamrecht eveneens, maar moet rekening houden met hetgeen België al in de heffing heeft betrokken. Per saldo belast Nederland € 15.500.
- Lieve overweegt voor de ontslaguitkering gebruik te maken van de stamrechtvrijstelling. Ze bedingt een stamrecht van vijf uitkeringen van € 35.000. Als een beroep wordt gedaan op het besluit van 1 september 2005, dan is de ontslaguitkering in de vorm van een stamrecht onderdeel van het Belgische inkomen, maar België geeft hiervoor een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. Ook Nederland belast de ontslaguitkering in de vorm van het stamrecht niet omdat de stamrechtvrijstelling van toepassing is. De uitkeringen uit het stamrecht moeten in België worden aangegeven, maar België belast de termijnen feitelijk niet, omdat op basis van het belastingverdrag het heffingsrecht over de termijnen toekomt aan Nederland. België verleent een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. Nederland belast de termijnen uit het stamrecht volledig.
De regeling in het besluit geldt niet alleen als sprake is van inkomsten uit een particuliere dienstbetrekking, maar ook als sprake is van inkomsten van bestuurders, commissarissen en overheidspersoneel. Het besluit is van toepassing op alle bestaande stamrechten, waarop de Nederlandse stamrechtvrijstelling is toegepast. Als België de aanspraak op het stamrecht al in de heffing heeft betrokken, kan een verzoek worden gedaan om ambtshalve vermindering. (5)
Financiële planning
Voor de financiële planner is het besluit belangrijk. Het besluit maakt het ook voor Belgische grensarbeiders mogelijk gebruik te maken van de stamrechtvrijstelling bij ontslag uit de Nederlandse dienstbetrekking. In de advisering wordt het echter erg ingewikkeld. Art. 18 van het verdrag met België is al een adviesgevoelig artikel. Immers Nederland komt alleen aan heffing toe als aan de drie genoemde voorwaarden is voldaan. Nederland moet:
- een fiscale faciliteit hebben verleend;
- België moet de uitkering niet volledig of progressief belasten; (6) en
- de uitkeringen moeten hoger zijn dan € 25.000.
In de praktijk heeft deze bepaling gevolgen voor lijfrenten, uitkeringen uit een C-polis en uitkeringen uit een (gouden handdruk)stamrecht, omdat deze plegen te voldoen aan de voorwaarden 1 en 2. Door de hoogte van de uitkeringen groter of kleiner te laten zijn dan € 25.000 komt de heffing toe aan Nederland of België. Het nieuwe besluit voegt een aanvullende keuzemogelijkheid toe voor (gouden handdruk)stamrechten.
Bij een ontslaguitkering moet de eindheffing van art. 32aa Wet LB niet uit het oog worden verloren. (7) Deze eindheffing van vooralsnog 26% wordt de werkgever in rekening gebracht naast de reguliere loonheffing. Art. 32aa Wet LB is ingevoerd om te voorkomen dat werknemers vervroegd uit het arbeidsproces treden en is onderdeel van het nieuwe fiscale regime afschaffing VUT/prepensioen en de introductie van de levensloopregeling. De internationale consequenties van art. 32aa Wet LB zijn nog niet helemaal duidelijk.
Een ontslag is voor inwoners van België die in Nederland werken ook om andere reden een financieel adviesmoment. De sociale zekerheidsregelgeving en de fiscale regelgeving (bijvoorbeeld het keuzerecht voor inwoners van België die hun hypotheekrenteaftrek in Nederland verzilveren) moeten dan goed beoordeeld worden. Geen eenvoudige klus, met vele haken en ogen, maar wel noodzakelijk.
Conclusie
Als een in België wonende, maar in Nederland werkende werknemer wordt ontslagen, heeft dat de nodige fiscale, sociaal-rechtelijke en financiële gevolgen. In dit artikel heb ik het besluit van 1 september 2005 besproken. Dit besluit maakt het mogelijk voor Belgische grensarbeiders gebruik te maken van de Nederlandse stamrechtvrijstelling. Daarmee wordt uitstel van belastingheffing bereikt. Voor de creatieve financiële planner zijn er mogelijkheden om de belastingheffing over de uitkeringen uit het stamrecht te sturen.
Bron: Mr. C.L.J.R. Douven, werkzaam bij de Belastingdienst/Limburg/kantoor Buitenland.
--------------------------------------------------------------------------------
1 Besluit van 17 juli 2002, nr. CPP2002/1296M.
2 Zie het artikel van D. Herveille in Vakblad Financiële Planing 2005/2
3 Art. 11, eerste lid, onderdeel g, Wet LB.
4 Zie de Belgische circulaire van 28 april 2004, nr. AFZ/2004/0313.
5 Besluit van 1 september 2005, nr. CPP2005/2036, te vinden op http://www.staatsbladclip.be/wetten/2005/10/13/wet-2005003727.html.
6 Hoewel Nederland het besluit nog niet gepubliceerd heeft en het besluit daarmee formeel nog niet in werking is, kan in de praktijk toch in België al een beroep worden gedaan op het besluit.
7 Zie voetnoot 3.

