Uitgaven voor inkomensvoorzieningen 2007
1.15 Uitgaven voor inkomensvoorzieningen: lijfrente en andere premies
Premies voor lijfrenten zijn onder bepaalde voorwaarden aftrekbaar. Indien is voldaan aan de voorwaarden voor lijfrentepremie-aftrek, gelden vervolgens voor de hoogte van de premie-aftrek de volgende regels:
- premies zijn aftrekbaar voor zover de belastingplichtige een pensioentekort heeft en jonger is dan 65 jaar. De hoogte van het aftrekbare bedrag moet bepaald worden aan de hand van de jaarruimte of reserveringsruimte. Bij de berekening van de jaarruimte zijn het inkomen en de pensioenaangroei van het voorafgaande kalenderjaar bepalend
- de jaarruimte bedraagt maximaal € 25.663 (€ 25.258)
- de reserveringsruimte bedraagt in het jaar van aftrek ten hoogste 17% van de premiegrondslag met een maximum van € 6.492 (€ 6.389). Voor de belastingplichtige die op 1 januari 2007 de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt, wordt het maximumbedrag van € 6.492 (€ 6.389) verhoogd tot € 12.823 (€ 12.621).
Premies voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering, premies WAZ en premies van lijfrenten voor meerderjarige invalide(klein)kinderen zijn niet gebonden aan een maximaal aftrekbedrag.
De maximale premiegrondslag bij de berekening van de jaarruimte is € 150.957 (€ 148.579).
De in te bouwen AOW-franchise bij de berekening van de jaarruimte is € 10.990 (€ 10.816).
Voor tijdelijke oudedagslijfrenten is het maximaal bedrag van de jaaruitkering € 19.468 (€ 19.161).
In verband met de invoering van de Wet Vut/prepensioen/levensloop zijn premies voor overbruggingslijfrenten met ingang van 2006 niet meer aftrekbaar. Voor aftrek van premies voor tijdelijk oudedagslijfrenten is de eis gesteld dat de termijnen niet eerder ingaan dan het jaar waarin de belastingplichtige 65 jaar wordt.

