Heffingskortingen 2007
1.2.1 Bedragen heffingskortingen
Heffingskorting |
Jonger dan 65 jaar |
65 jaar en ouder |
||
|
2007 |
2006 |
2007 |
2006 |
Algemene heffingskorting |
€ 2.043 |
€ 1.990 |
€ 957 |
€ 948 |
Arbeidskorting (maximaal)
|
1.392 1.642 1.890 2.138 |
1.357 1.604 1.849 2.095 |
1.001 |
998 |
Kinderkorting
|
939 939-0* |
924 924- 0* |
440 440-0** |
441 441-0** |
Combinatiekorting |
149 |
146 |
71 |
70 |
Aanvullende combinatiekorting |
700 |
608 |
329 |
290 |
Alleenstaande-ouderkorting |
1.437 |
1.414 |
673 |
674 |
Aanvullende alleenstaande ouderkorting (maximaal) |
1.437 |
1.414 |
673 |
674 |
Jonggehandicaptenkorting |
656 |
645 |
|
|
Ouderenkorting |
|
|
380 |
374 |
Alleenstaande ouderenkorting |
|
|
571 |
562 |
Levensloopverlofkorting (per jaar van deelname) |
188 |
185 |
|
|
Ouderschapsverlofkorting (per verlofuur) |
3,76 |
3,68 |
|
|
Korting maatschappelijke beleggingen |
1,3%*** |
1,3%*** |
1,3%*** |
1,3%*** |
Korting directe beleggingen in durfkapitaal en culturele beleggingen |
1,3%*** |
1,3%*** |
1,3%*** |
1,3%*** |
* € 939 - 5,75% van (het gezamenlijke verzamelinkomen minus € 28.978)
** € 440 - 2,691% van (het gezamenlijke verzamelinkomen minus € 28.978)
*** van de vrijstelling in box 3
1.2.2 Algemene heffingskorting
Iedere belastingplichtige heeft recht op de algemene heffingskorting. Partners hebben ieder zelfstandig recht op deze heffingskorting. Zij kunnen deze korting niet overdragen aan hun partner. Als één van de partners geen of weinig inkomsten heeft en dus zijn eigen heffingskorting niet (helemaal) gebruikt, kan hij onder bepaalde voorwaarden (een deel van) het bedrag rechtstreeks uitbetaald krijgen door de Belastingdienst. Weinig inkomen houdt hier in: het totaalbedrag van salaris, uitkering of pensioen is lager dan ongeveer € 6.000 en er is geen ander inkomen. Voorwaarde voor uitbetaling is dat de partner van belastingplichtige voldoende inkomen heeft en voldoende belasting betaalt.
Een belastingplichtige heeft recht op arbeidskorting als hij één van de volgende soorten inkomsten heeft: loon of salaris, winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden. Het moet gaan om inkomsten uit tegenwoordige arbeid.
De hoogte van de arbeidskorting is afhankelijk van het gezamenlijk bedrag van de hiervoor bedoelde inkomsten uit tegenwoordige arbeid (de arbeidskortingsgrondslag). Voor ouderen vanaf 57 jaar geldt een hogere arbeidskorting.
Kinderkorting
De hoogte van de kinderkorting hangt af van het gezamenlijke inkomen van de belastingplichtige en zijn partner.
Een belastingplichtige heeft recht op kinderkorting als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan;
- er behoort in 2007 meer dan zes maanden een kind tot het huishouden van de belastingplichtige en dit kind is op 31 december 2006 jonger dan 18 jaar en
- dit kind is tijdens die periode op het woonadres van belastingplichtige of dat van zijn partner ingeschreven en wordt door één van beide in belangrijke mate onderhouden en
- het gezamenlijke verzamelinkomen van de belastingplichtige en zijn partner is niet hoger dan
€ 45.309 (€ 44.591) .
Wanneer het verzamelinkomen van de belastingplichtige en zijn partner samen maximaal € 28.978 (€ 28.521) is, bedraagt de kinderkorting € 939 (€ 924). Is dit gezamenlijk verzamelinkomen hoger dan € 28.978 (€ 28.521), dan neemt het bedrag van € 939 (€ 924) af met 5,75% van het bedrag boven € 28.978 (€ 28.521), waardoor de kinderkorting geleidelijk afneemt tot nihil. Vanaf een gezamenlijk verzamelinkomen van € 45.309 (€ 44.591) komt men niet meer in aanmerking voor kinderkorting.
Een belastingplichtige heeft recht op de combinatiekorting als:
- hij inkomen uit tegenwoordige arbeid heeft waarvoor meer dan € 4.475 (€ 4.405) wordt ontvangen, of de belastingplichtige komt in aanmerking voor de zelfstandigenaftrek voor ondernemers en
- er behoort in 2007 gedurende tenminste 6 maanden een kind tot zijn huishouding dat op 31 december 2006 jonger is dan 12 jaar en
- tijdens die periode is dit kind op hetzelfde woonadres ingeschreven als de belastingplichtige.
Als beide ouders aan de voorwaarden voldoen, hebben ze allebei recht op deze korting.
1.2.6 Aanvullende combinatiekorting
De minstverdienende partner die recht heeft op de combinatiekorting, heeft ook recht op de aanvullende combinatiekorting. Deze heffingskorting geldt eveneens voor de werkende alleenstaande ouder die recht heeft op de combinatiekorting.
1.2.7 Alleenstaande-ouderkorting
Een belastingplichtige heeft recht op de alleenstaande-ouderkorting als hij in 2007 meer dan zes maanden:
- geen partner heeft en
- een huishouding voert met een kind dat hij in belangrijke mate onderhoudt en dat op hetzelfde woonadres ingeschreven moet staan en
- deze huishouding voert met geen ander dan kinderen die op 31 december 2006 de leeftijd van 27 jaar niet hebben bereikt.
1.2.8 Aanvullende alleenstaande-ouderkorting
Een belastingplichtige heeft recht op de aanvullende alleenstaande-ouderkorting als hij:
- recht heeft op de alleenstaande-ouderkorting en
- tegenwoordige arbeid verricht en
- tot zijn huishouden behoort gedurende een periode van meer dan zes maanden een kind dat op 31 december 2006 de leeftijd van 16 jaar niet heeft bereikt en dat gedurende die tijd op hetzelfde woonadres is ingeschreven.
De hoogte van de aanvullende alleenstaande-ouderkorting bedraagt 4,3% van de inkomsten uit werkzaamheden buiten de huishouding, maar maximaal € 1.437 (€ 1.414).
1.2.9 Jonggehandicaptenkorting
De jonggehandicaptenkorting geldt voor de belastingplichtige die in het kalenderjaar recht heeft op een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (een zogenoemde Wajonguitkering), tenzij voor hem de ouderenkorting geldt. Men komt ook voor de jonggehandicaptenkorting in aanmerking, als weliswaar recht bestaat op een Wajonguitkering maar niet daadwerkelijk een Wajonguitkering wordt ontvangen, vanwege het hebben van een andere uitkering of ander inkomen uit arbeid.
Een belastingplichtige heeft recht op de ouderenkorting als hij op 31 december 2007 65 jaar of ouder is en een verzamelinkomen heeft van niet meer dan € 31.757 (€ 31.256).
1.2.11 Alleenstaande ouderenkorting
Een belastingplichtige heeft recht op de alleenstaande ouderenkorting als hij recht heeft op een AOW-uitkering voor alleenstaanden.
1.2.12 Levensloopverlofkorting
Op deze korting heeft men recht bij een reguliere opname van levenslooptegoed.
De levensloopverlofkorting is gelijk aan het bedrag van het opgenomen levenslooptegoed, maar ten hoogste € 188 (€ 185) per jaar waarin is gestort in de levensloopregeling. Bedragen aan levensloopverlofkorting die in voorafgaande jaren al zijn genoten worden in mindering gebracht.
1.2.13 Ouderschapsverlofkorting
De ouderschapsverlofkorting geldt voor de belastingplichtige die in 2007 gebruik maakt van zijn wettelijke recht op ouderschapsverlof en deelneemt aan de levensloopregeling. De korting wordt berekend door het aantal uren ouderschapsverlof in het kalenderjaar te vermenigvuldigen met een bedrag van 50% van het bruto minimumuurloon per opgenomen verlofuur. De korting bedraagt niet meer dan de terugval in het belastbare loon in 2007 ten opzichte van 2006.
1.2.14 Korting voor maatschappelijke beleggingen
Deze korting geldt voor de belastingplichtige die belegt in maatschappelijke beleggingen (groene beleggingen en sociaal-ethische beleggingen). De korting bedraagt 1,3% van het bedrag dat daarvoor gemiddeld is vrijgesteld op grond van de bepalingen in box 3.
1.2.15 Korting voor directe beleggingen in durfkapitaal en culturele beleggingen
Deze korting geldt voor de belastingplichtige die belegt in direct durfkapitaal en in culturele beleggingen. De korting bedraagt 1,3% van het bedrag dat daarvoor gemiddeld is vrijgesteld op grond van de bepalingen in box 3.

