Buitengewone uitgaven 2007
Per 1 januari 2006 is het nieuwe zorgstelsel ingevoerd. Naar aanleiding daarvan is ook de aftrek buitengewone uitgaven per 1 januari 2006 aangepast. De regels zijn in 2007 als volgt aangepast:
De betaalde of ingehouden inkomensafhankelijke bijdragen en de aan de ziektekostenverzekeraar betaalde aanvullende premies zorgverzekeringswet (ZVW) zijn aftrekbaar als buitengewone uitgaven.
In een kalenderjaar betaalde premies voor een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, zijn aftrekbaar als buitengewone uitgaven voor het bedrag van de voor dat jaar geldende standaardpremie, verminderd met de in het kalenderjaar ontvangen of ten gunste van de belastingplichtige verrekende zorgtoeslag (het voorschot daaronder begrepen) en vermeerderd met de in het kalenderjaar terugbetaalde of verrekende zorgtoeslag (het voorschot daaronder begrepen). In verband hiermee zijn de bedragen van de drempel buitengewone uitgaven aangepast.
Deze regels werken terug tot 1 januari 2006.
1.10.1 Drempels buitengewone uitgaven
De kosten voor ziekte, invaliditeit en dergelijke komen voor aftrek in aanmerking voor zover zij meer bedragen dan een bepaalde drempel. Het gaat dan om kosten van belastingplichtige zelf, zijn fiscale partner en zijn kinderen jonger dan 27 jaar en tot het huishouden van belastingplichtige behorende ernstig gehandicapte personen van 27 jaar of ouder en van tot zijn huishouding behorende zorgafhankelijke ouders, broers of zusters.
De drempels zijn als volgt voor 2007
Verzamelinkomen van |
Verzamelinkomen tot |
Drempel |
- |
€ 6.896 |
€ 793 |
€ 6.896 of meer |
|
11,5% van het verzamelinkomen |
De drempels zijn als volgt voor 2006
Verzamelinkomen van |
Verzamelinkomen tot |
Drempel |
- |
€ 6.783 |
€ 780 |
€ 6.783 of meer |
|
11,5% van het verzamelinkomen |
Als de belastingplichtige het hele jaar een partner heeft gehad, moeten de verzamelinkomens van de belastingplichtige en zijn partner worden samengevoegd en worden de in de tabel genoemde bedragen verdubbeld.
Het bedrag voor extra uitgaven voor kleding en beddengoed die als uitgaven ter zake van ziekte en invaliditeit worden aangemerkt bedraagt € 300 (€ 310). Indien wordt aangetoond dat deze extra uitgaven meer bedragen dan € 600 (€ 620) wordt het bedrag van € 300 (€ 310) verhoogd tot € 750 (€ 775).
1.10.3 Reiskosten ziekenbezoek
Het bedrag voor uitgaven ter zake van reizen in verband met het regelmatig bezoeken van wegens ziekte of invaliditeit langer dan een maand verpleegde personen met wie de bezoeker bij de aanvang van de ziekte of invaliditeit een gezamenlijke huishouding voerde, is gesteld op € 0,20 (€ 0,19). Voorwaarde is dat de enkele reisafstand meer is dan 10 kilometer.
1.10.4 Uitgaven wegens arbeidsongeschiktheid
Deze uitgaven worden in aanmerking genomen indien de belastingplichtige die hiervoor in aanmerking komt bij het begin van het kalender jaar jonger is dan 65 jaar. Het in aanmerking te nemen bedrag wordt gesteld op € 808 (€ 795).
1.10.5 Uitgaven wegens chronische ziekte
Voor de vaste aftrek van € 808 (€ 795) voor uitgaven wegens chronische ziekte komt men in aanmerking indien in het kalenderjaar per persoon voor een bedrag van meer dan € 320 (€ 314) aan bepaalde specifieke ziektekosten werkelijk wordt betaald. Tot deze specifieke ziektekosten behoren geneesmiddelen, dieetkosten, eigen bijdrage AWBZ voor verzorging en verpleging, kosten van hulpmiddelen, extra kosten van vervoer en van gezinshulp en extra uitgaven voor kleding en beddengoed.
Indien het verzamelinkomen vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek lager is dan € 31.122 (€ 30.631), wordt het werkelijke bedrag van deze specifieke ziektekosten verhoogd met een vermenigvuldigingsfactor van 113% (113%). Dit betekent dat 213% (213%) van deze specifieke kosten in aftrek kunnen worden gebracht. Hierdoor kunnen personen met specifieke uitgaven eerder de drempel buitengewone uitgaven overschrijden en daardoor in aanmerking komen voor aftrek wegens buitengewone uitgaven. De toepassing van de vermenigvuldigingsfactor telt niet mee voor het behalen van het minimale bedrag € 320 (€ 314) aan specifieke uitgaven dat recht geeft op het chronisch zieken forfait.
1.10.6 Uitgaven wegens chronische ziekte van kinderen
Ouders/verzorgers van chronisch zieke kinderen kunnen per chronisch ziek kind in aanmerking komen voor een vaste aftrek van € 808 (€ 795). Aan deze aftrek worden de zelfde eisen gesteld als aan die van de hiervoor genoemde uitgaven wegens chronische ziekte. Indien beide ouders/verzorgers uitgaven voor chronische ziekte van kinderen in aanmerking nemen, nemen ze deze ieder voor de helft.
1.10.7 Uitgaven wegens ouderdom
Uitgaven ter zake van ouderdom worden in aanmerking genomen indien de belastingplichtige bij het begin van het kalenderjaar 65 jaar of ouder is. Het in aanmerking te nemen bedrag is gesteld op € 808 (€ 795).

